BLOG


11 juni 2010
Koersverhaal Alpentour Trophy


De ultieme voorbereiding op de Transalp. Beter kun je de Alpentour Trophy in Schladming niet omschrijven. Vier dagen, geen vermoeiende verplaatsingen van het campement maar lekker elke dag starten vanuit dezelfde plek. Maar wel vier dagen pittige etappes. Weinig kilometers met erg veel hoogtemeters. En weinig gratis hoogtemeters of makkelijke downhills om te herstellen. Ook van de techniek wordt flink wat gevraagd tijdens deze Oostenrijkse etappekoers.Vorig jaar deed ik al mee, nu had ik er nog meer zin in. Ten eerste had ik het gevoel dat ik er conditioneel beter voorstond, ten tweede had ik nu een bike onder mijn kont waar door zelfs ik fatsoenlijk en wat meer genietend die poekels naar beneden kan knoepen.

Kortom: ik had er erg veel zin in, maar toen ik met Herwin op woensdag heen reed vond ik het opeens niet meer erg als ze de eerste etappe zouden aflassen. Het weer: dramatisch. De voorspellingen: nog dramatischer. Het journaal: 13 liter per vierkante meter, pas op voor aardverschuivingen en overstromingen. Het kwam echt met bakken uit de hemel. 's Avonds op de hotelkamer veranderde de weersvoorspellingen op internet echter met het uur en het begon er steeds beter uit te zien. 's Ochtends was het droog, maar wel koud en bewolkt. Dus: koers! Bij deze per dag mijn verhaal.

Dag 1. 70km, 2900hm
De etappe is veranderd. Op het hoogste punt van de dag is nog twintig centimeter sneeuw gevallen. We doen nu een ingekort rondje een keer, en daarna nog een keer 'driekwart'. Niemand weet precies hoe of wat, allemaal een beetje onduidelijk. We zien het wel, besluit ik. We beginnen met een echt typische Alpentour klim. Grind, asfalt, singeltrack, steil, te steil, lekker lopend. Alles zit erin totdat we op 1850 meter hoogte de grote Milka boog zijn gepasseerd en via een leuke singletrack met krappe bochtjes (die me zowaar allemaal lukken) beginnen aan de afdaling. De schotterafdaling die volgt is nog meer genieten. Remmen los, laten rollen die Specialized en binnen no-time rij ik achter op het groepje dat toch wel iets eerder aan de afdaling is begonnen. Niet lang daarna rijden we op bekend terrein, de fameuze "grasklim" richting de laatste afdaling en passeer ik voor het eerst de finish. We duiken opnieuw het rondje op, alleen heb ik geen idee tot hoever we klimmen. Dat blijkt verder dan ik had gehoopt. Kevin Mori komt achter op zetten. Hij is verkeerd gereden, en klimt duidelijk harder. Op de tweede keer grasklim kom ik echter weer in zijn wiel, in de afdaling rij ik hem eraf. Goed gevoel over de eerste dag. Mark Rongen zit voor me, Martijn "Stoemp" Roelofs achter me en Transalp-concurrent Bartje Damen ook. Al zegt dat bij de laatste nog niet zoveel. Bart had er in de eerste ronde alles uitgeperst, niet wetende dat er nog een ronde kwam. Aj..

Dag 2. 65km, 2600hm
De verhoudingen worden op scherp gezet. Het wordt een strijd tussen Rongen, Stoemp, Damen en ik.Op het eerste snelle stuk van de ronde zitten we dicht bij elkaar. Als we aan de zwaarste klim van de dag beginnen zit ik nog lekker. Pichl is de naam van de poekel en ik rij hem in het wiel van Bart op. Rongen zit voor ons, Stoemp iets achter ons. Op de singletrack sluit Stoemp aan en gezamelijk vervolgen we de klim over asfalt. Op dat moment gaat bij mij het lampje uit, het teken voor Stoemp om de dag te dopen tot 'Juul Slachtdag'. Eten helpt niet, mijn energie is weg, ik heb het koud en tot overmaat van ramp moeten we ook nog drie keer een glibberige skipiste opklauteren. Maar, elke berg heeft een top en gelukkig bereik ik die wel. Afdaling herstel ik al iets maar het houdt nog steeds niet over. Op de laatste lange klim van de dag, waar ik vorig jaar ook al slecht ging, rij ik samen met twee erg jonge Oekraiense dames. Boven voel ik me weer fit en weet ik er nog iets van een versnelling uit te persen. Ik strand op twintig minuten van Stoemp, een kwartier van Rongen en minder dan tien minuten van Damen. Veel te veel tijd verspeeld. Maar: vorig jaar was de tweede dag ook mijn slechtste dag. Hopelijk verbetert het.

Bovenaan Pichl. Reepje al in de hand. Damen en Stoemp in m'n wiel. Drie minuten later begon de gehaktmachine te draaien.

Dag 3. 70km, 2400hm
De koninginne-etappe en mooi weer. Finally. Stoemp ziet er moe uit in het startvak. Voor mij het teken om hem proberen wijs te maken dat hij een dag eerder te diep is gegaan. Zelf voel ik me in ieder geval goed. Gisteravond samen met Bart Brentjens aan tafel gezeten. Dezelfde voeding als de kampioenen. Daar moet je hard op gaan! De eerste lange klim begin ik rustig, maar al gauw begin ik mensen op te rapen. Ik haal Rongen in, de Oekraiense dames, rij voorbij Ewart van der Putten en zie in de verte Bart Damen. Stoemp is in geen velden of wegen te bekennen. Maar, die komt straks vast weer opzetten, hou ik mezelf voor. Van der Putten komt me op het laatste steile stuk voorbij en stort zich met een ware doodsverachting de afdaling in. Met starre vork is hij nog met geen mogelijkheid bij te houden. In de afdaling haal ik Bart bij en samen rijden we een kilometer of vijftien richting de slotklim: opnieuw Pichl. Daar raak ik Bart kwijt (na later blijkt vanwege problemen met zijn ketting) en komt Mark Rongen (taai als hij is) van achteren aansluiten. Samen met Rongen rij ik Pichl op en rapen we minimaal tien uitgebluste gasten op. Bovenop denk ik Mark gelost te hebben (goed voor de moraal) maar hij blijft telkens terugkomen. Hij strijdt voor zijn positie in het SK2 klassement. Op de grasklim besluit ik het op een dealtje te gooien: ik rij hem naar de nummer 1 (75 meter voor ons), hij mij daarna naar Van der Putten en Gijs Derksen (die zie ik inmiddels iets daarvoor weer rijden). Op de asfaltklim is mijn Powerbar-gelletje pas volledig in mijn bloed opgenomen en gaat het lekker. Drie keer hou ik iets in voor Rongen als hij uit mijn wiel moet lossen, dan rij ik toch maar door. Van der Putten en Derksen (beide voorzien van een lekkere hoeveelheid kramp) haal ik bij. Rongen komt natuurlijk nog bijna terug, maar als eerste van de strijdende vier kom ik binnen. Revanche voor de gehaktdag van gisteren. Op Stoemp pak ik weer twintig minuten terug.

Dag 4. 52km, 2100hm.

Met Tjechisch-collega Daniel Polman (nummer 3) op de laatste klim

Laatste etappe. Redelijk kort, een lange klim. Volle bak dus, maar wel op de lange klim iets inhouden. Van vorig jaar weet ik dat er dan nog erg steil (+25 procent) slotakkoord volgt. We racen naar de voet van de klim richting Hauser Kaibling en ik heb al de drie mijn concurrenten achter me. Op de klim consolideer ik, haal wat in, wordt wat ingehaald en hou een klein beetje reserve over. De afdaling is anders dan vorig jaar en dan vermoed ik al dat we het zware slotakkoord over gaan slaan. We lopen nog een klein stukje omhoog en dan volgt een geweldige downhill richting Schladming. Met werkelijk alles er op en eraan. Het lukt me om alles te fietsen, iets wat ik met een 26er hardtail denk ik niet gelukt was. Nog belangrijker: ik hou alles onder controle en kan de afdaling ook lichamelijk (als in vingers, polsen en rug) goed aan. Ideaal. Nog even sprinten met Oostenrijker - jammergenoeg word ik er opgelegd - en het ziet er op. Best jammer, denk ik bij mezelf. Dat is in ieder geval een goed teken voor de Transalp, want dan zijn we pas op de helft.

In het overall-klassement blijft Rongen me uiteindelijk voor (hij wordt vierde in de SK2), maar laat ik Damen en Stoemp achter me en pak ik de vijfde plek in de SK1. Op naar de Transalp!

Reageren

Terug