BLOG


31 mei 2010
Koersverhaal Kasteelronde van Mill
Zoals - met kleine aanpassingen - verschenen in de Gelderlander editie Maasland van vandaag

Wind, een nat wegdek en steken in de zij
door Juul van Loon


foto: Ed van Alem

Als de zon voor het eerst een beetje doorbreekt, pakken donkere wolken zich samen boven mijn eigen presteren. Er valt een gaatje tussen mij en mn voorganger. En dat gaatje wordt groter. Van n meter wordt het drie meter. En meer. De veroorzakers: steken in mijn zij. Uit het niets zijn ze er en zorgen ze ervoor dat ik me even geen zorgen meer maak over de pijn in mijn benen of mijn te hard werkende longen, maar over hoe snel ik die stekende pijn weer kwijt ben. De enige oplossing is gas terugnemen en dat betekent dat ik het op het zware rondje rondom Kasteel Aldendriel kan vergeten. Even recupereren staat vandaag gelijk aan de rol moeten lossen. Na iets meer dan een uur en vijfenveertig kilometer koers zie ik met net zo veel pijn in mn hart als in mijn zij het peloton, dat nog vol in strijd is om de laatste podiumplek, langzaam uit het zicht verdwijnen.
Ofja, peloton. Wat daar nog van over is. Het begon vanmiddag met een voor amateurwedstrijden al niet al te grote groep van ongeveer dertig renners, en al snel brokkelde het uiteen. Even zit ik mee in een kopgroep van vier renners, maar niet lang nadat we worden teruggepakt rijden Nederlands amateurkampioen Edwin Raats uit Helmond en Nijmegenaar Jan Rongen weg om al snel een halve minuut te pakken. Achter de twee vluchters proberen we met een man of twaalf het gat te dichten. Maar dat gaat moeizaam.
De wind heeft op de omloop van iets meer dan twee kilometer, die via de start/finish voor Caf het Lagerhuis over de Groenedijk, Looijerijweg, Brandsestraat en Voordijk een rondje rondom het Millse kasteel maakt, vrij spel. Alleen bij de finishstreep is er enige sprake van beschutting. Om de stukken met schuin wind mee gaat het elke ronde rap naar snelheden richting de vijftig kilometer per uur. Bij de stroken met (schuin) wind tegen gaat het aanzienlijk langzamer en is het pokeren geblazen. Zit je daar op kop, betekent het hard werken en een hoop profiterende renners in je wiel. Aangezien een bekend en slim trekje van wielrenners is dat ze graag eerst de kaas van het brood van iemand anders eten voordat aan dat van hun eigen beginnen, is er van een goede achtervolging geen sprake. Her en der worden speldenprikjes uitgedeeld, en even lijkt het erop dat we de koplopers gaan inlopen, maar Raats en Rongen zijn duidelijk de sterkste in koers en blijven vooralsnog vooruit.
Kregen de nieuwelingen, die voor de amateurs in een aanzienlijk groter peloton hun wedstrijd reden nog een buitje over zich heen, wij houden het droog. Maar de weg is nat en dat betekent gladde bochten. Normaalgesproken leef ik me uit in mountainbikewedstrijden en dat komt me vandaag goed van pas. Aangezien ik wel wat gewend ben qua glibberige ondergrond, heb ik geen angst van het gladde wegdek en de paar wegslippende wielen om me heen. Waar ik wel moeite mee heb is het stukje n de bochten. De gelouterde, bonkige en krachtige wielrenners om me heen draaien na elke bocht de gaskraan volledig open. Met moeite houd ik elke keer het wiel.
Die zware inspanningen zijn denk ik oorzaak van de steken in mijn zij die me de das om doen. Het peloton is inmiddels uit zicht. In mijn eentje probeer ik nog een beetje tempo te rijden. De verleiding om op te geven en de laatste twintig kilometer te laten voor wat ze zijn is groot. Ik haal een achterblijver in en die vraagt of hij in mijn wiel mag gaan zitten. Het is de 73-jarige (!) Jan van Boxtel uit Mill nog graag een keer een wedstrijd in Mill wilde rijden. Ik neem Van Boxtel een aantal ronden op sleeptouw.
Dan komt een tweetal achterop. Ik kijk om en zie de bekende, verbeten gezichten van Cuijkenaar William Berns en Vierlingsbekenaar Gerald Seuren. Die zitten nog in dezelfde ronde als ik! Dat betekent aanpikken. De steken ben ik inmiddels voor een groot gedeelte kwijt en het iets hogere tempo dat we rijden kan ik weer goed aan. Van Boxtel volgt nog even, maar moet lossen als we met zijn drien moeten gaan versnellen voor achteropkomend verkeer. De motoren die voor de leider in de wedstrijd uitrijden halen ons n voor n in. Een meter of honderd achter ons nadert Edwin Raats - die Rongen inmiddels heeft afgeschud - ons met rasse schreden. Met nog twee ronden op het rondebord versnellen we nog een keer om ons maar niet te laten dubbelen. Dat lukt net en ik finish als dertiende. Niet gedubbeld en geen podium. Dat podium is er wel voor ultra-veteraan Van Boxtel, die na de top drie (Raats, Rongen en Adrie Frijters) door de organisatie nog even op het hoogste treetje gezet wordt.
Reageren

Terug